De Eerste Kamer stemde dinsdag 7 juli in met het voorstel Aanvullingswet natuur Omgevingswet van minister Ollongren van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) en minister Schouten van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV). De fracties van SGP, CDA, FVD, VVD, 50PLUS, PvdA, OSF, D66, PVV en ChristenUnie stemden voor, de fracties van GroenLinks, SP, PvdD en Fractie-Otten stemden tegen het wetsvoorstel. De motie die tijdens het debat een week eerder was ingediend, werd met algemene stemmen aangenomen.

Met dit wetsvoorstel wordt de integratie van de Wet natuurbescherming in de Omgevingswet geregeld. Hiermee krijgt het onderwerp natuur een plaats in het nieuwe stelsel. De integratie van de Wet natuurbescherming krijgt de vorm van een volledige overgang van die wet en de daarop gebaseerde uitvoeringsregelgeving naar de Omgevingswet en daarop gebaseerde uitvoeringsregelgeving.

Tijdens het debat op 30 juni jl. bleken er veel vragen te zijn aan de beide ministers. De vragen betroffen zowel de technische aspecten van de integratie als de inhoudelijke inbedding van natuur in de Omgevingswet. De vragen van de Kamer betroffen onder meer de uitvoerbaarheid en de handhaafbaarheid van het wetsvoorstel.

Een groot bezwaar van bijna de gehele Kamer bleek de voorgestelde evaluatiecyclus van de Omgevingswet. De minister stelde een onafhankelijke evaluatie na vijf jaar voor, terwijl de Kamer een jaarlijkse evaluatie wil, vijf jaar lang. De woordvoerders van CDA, VVD, FVD, GroenLinks, D66, PvdA, SP, ChristenUnie, PvdD, SGP en OSF dienden daarom een motie van die strekking in. In de motie wordt de regering verzocht een onafhankelijke evaluatiecommissie in te stellen die gedurende vijf jaar jaarlijks rapporteert aan de Staten-Generaal over de uitvoering van de wet. De motie kreeg van minister Ollongren op 30 juni het predikaat ‘oordeel Kamer’.

Dinsdag 7 juli werd het debat kort heropend voor een derde termijn, op verzoek van PvdA-senator Recourt. Nadat de Kamer had ingestemd met zijn verzoek, vroeg Recourt minister Schouten (LNV) of zij bereid was bij de jaarlijkse evaluatie van de Omgevingswet het functioneren te betrekken van de samenwerking tussen de centrale en decentrale overheden op met name het onderdeel natuur, waarbij de wijze wordt betrokken waarop de landelijke en decentrale ambities op het terrein van met name de natuurbescherming en versterking wel of niet worden gehaald en ook of de samenwerkingsstructuren voldoende functioneren om de gestelde doelen op een efficiënte manier te realiseren. Minister Schouten zegde dit toe.

https://www.eerstekamer.nl/nieuws/20200707/kamer_stemt_in_met_aanvullingswet